- Info
Enkele indrukken over De Stroper
Enkele indrukken over De Stroper
De Klinge, een foutieve (her)vertaling van La Clinge, dus Klinge, heeft aan zijn randen één polder, de Rode Moer (1616, Twaalfjarig Bestand) en drie bosgebieden: De Weelkens, genoemd naar de spoelgaten van een overstroming en de Hoge Geest, een herbebost zandruggebied dat op papier de “bossen van de Deltanutswerken” heet. De laatste twee bevinden zich in het Land van Hulst (NL). Het derde en grootste bos is “De Stroper”. Door getogen Klingenaars zo genoemd. Toch wordt aan de Westzijde ook “De Stropers” gebruikt, ook op kaarten en nu door goedbedoelende beheerders duikt het kunstmatige “Stropersbos” op. Jammer voor Klingenaars.
De naam stamt naar verluid van een familie De Strooper die hier ooit heel wat eigendom had. De Stroper doet ons eerder denken aan een woud waarvan het een overblijfsel is, nu langs alle kanten afgeknabbeld en verminkt. De oude steenweg Hulst - Lessen is ook een waterscheidingslijn. Het overtollige water van de Stroper stroomt rechtstreeks naar de Schelde. Aan de westzijde van de weg stroomt het water over de Durme naar de Schelde. Wegens de hoge graad van drassigheid is het bosgebied gebleven en dankzij de zwermen muggen worden toeristen er nogal buitengehouden.
Hele percelen zijn verdeeld door slootjes in de aard van de Wase akkers in welfbouw. De beboste ruggen tussen twee sloten worden singels, en door de oorspronkelijke inwoners gewendes genoemd.
De Frans -Spaanse Linie (1701) die naar verluidt van Nieuwpoort naar Hoei (Zee-Maas) werd aangelegd op last van Lodewijk de Veertiende, is hier nog voor een stukje bewaard en wordt de (Bedmar)linie genoemd. En wààr juist de Parmavaart van Farnese (1584) was, laten we in het midden.
Doorheen een heel stuk van de Stroper snijdt zich een kaarsrechte dreef, de Mastendreef (Massendreef) genoemd. De naam doet erg Kempisch aan vermits alle naaldbomen hier “sparren” worden genoemd. De oude Douglassparren waren zo indrukwekkend dat de naar warmte verlangende bevolking ze niet dorst te vellen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Tegen de dubbele wegenkruising tussen Trompe en Voorhout bevinden zich de kernresten van de(n) Engelse(n) bos (soms anders genoemd). Wellicht ooit een buitengoed van de heren van Voorhout(e). Tamelijk moeilijk om te vinden, staat het goed onderhouden kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw-van-Loretten, Trompkapelleken genoemd, in een ronduit schitterend landschap. Loretten verwijst naar het Italiaanse Loreto waaronder het woord “laurier” schuilt. Een legende vertelt dat engelen het huizeke van Nazareth naar Loreto (met tussenlanding) zouden hebben gevlogen. Prompt ontstonden overal kapelletjes van Loreto. Het zwarte lievevrouwbeeld zonder armen, doet erg oosters aan. Een aanrader!
Terug naar de Klingse kant, vinden we naast het natuurreservaat De Lange Vaag een laatste rijtje beboste landduinen of klingen. Het zou goed zijn moesten reservaat en duinen één geheel kunnen vormen. De Vlaamse regering kan deze zaak misschien helpen beklinken?
Plaatsen zoals de Hondeput, de Eendenput (enzieput), het Tunnelbos, het boswachtershuis, de Koestraat, enz. bewaren elk hun geheimen zoals de ganse Stroper en tal van bossen van Vlaanderen.
Wilfried Maes, De Klinge